Lied van de maand Lied van de maand

Zoals de ondertitel van lied 456a al aangeeft, ‘Lied van de Doper’, gaat dit lied over Johannes de Doper. Dit lied volgt het verhaal over hem, zoals we dat kunnen lezen in Lucas 3, vers 1 tot 22.

In het eerste couplet wordt Johannes bij ons ‘geïntroduceerd’ en vertelt dat hij een getuigenis aflegt. Dit getuigenis zien we in het tweede couplet. Johannes verwijst hier naar een passage uit Jesaja 40, waar de profeet oproept om de weg voor de Heer gereed te maken.In het derde couplet roept het volk ‘Johannes, wat riep je in de woestijn’. Het volk ziet hem hier als een profeet, vanwege het kleed van kamelenhaar dat hij draagt. Dit verwijst naar de traditie; hij draagt eenzelfde kleed als Elia (2 Koningen 1).
Johannes antwoordt daarop in het vierde couplet; dat we de Heer moeten volgen.Het volk vraagt vervolgens, in het vijfde couplet, wat ze daarvoor moeten doen: boete doen en geloven in het verbond dat de Heer met hen (en ons) heeft gesloten. In het zesde couplet wordt dat concreet gemaakt: ‘deel je brood met elkaar’. Dan zal de andere persoon zien dat in jouw persoon en jouw handelen Gods heil zich openbaart aan de mensen om je heen. Het is een oproep tot navolging in een messiaanse levensstijl.

In het zevende couplet wordt de bevrijding aangekondigd, voor het volk dat in de nacht gezeten is. Dit zal gebeuren wanneer je Hem blijft verwachten. In couplet acht is het volk ‘uitverkoren’, zodat ze in het licht zullen gaan. Met dit licht wordt de geboorte van de Messias bedoeld: Kind ons geboren, jouw licht zal met ons gaan. ’Het volk dat in het donker zit (7e couplet) is een verwijzing naar Jesaja 9. In ditzelfde hoofdstuk wordt ook al gezegd dat een licht over hen zal schijnen; in het vijfde vers van Jesaja 9 vinden we ook de bekende tekst dat een Kind ons geboren zal worden.

Nog even terug naar het delen van het brood in het zesde couplet. In de laatste regel zingen we over ‘het brood van deze dag’. Op zondag 19 januari vieren we het Heilig Avondmaal. In deze dienst zullen we ook dit couplet zingen, waardoor het samen delen van het brood heel concreet wordt!

Als we naar de melodie kijken, dan kunnen we deze onderverdelen in twee delen: de eerste vier regels en de laatste twee. De laatste twee regels zijn bij alle coupletten een herhaling van wat we eerder het couplet zongen. Een soort refrein dus. Dat wordt versterkt door de langere noot aan het einde van de vierde regel.

Een uitvoering van dit lied tijdens een kerkdienst kunt u hier beluisteren.

Namens de liedcommissie,
Arjan Broekhuizen

terug