Lied van de maand Lied van de maand

In november zingen we een lied over Noach (163a; Zeshonderd jaar is Noach oud). Het is een kinderlied naar aanleiding van het verhaal van de zondvloed (Genesis 6:5-9:17). In het lied nemen de dieren een belangrijke plaats in.

Het lied volgt het verhaal over de zondvloed chronologisch; in het eerste couplet is Noach bezig met het bouwen van de ark. In het tweede couplet komen de dieren naar de ark en vervolgens valt de regen en komt de vloed in het derde couplet. In het afsluitende, vierde couplet mag Noach met zijn gezin weer uit de ark en zingen we van de regenboog en het verbond van God met Noach.

In dit lied zien we een ‘refrein’, dat z’n plaats heeft in het midden van ieder couplet (regel 5 t/m 12). In ieder refrein zingen we van dieren die meegaan in de ark; heel herkenbaar voor de kinderen.
Hoewel de eerste vier en de laatste vier regels van ieder couplet qua tekst niet hetzelfde zijn, zijn ze dat wel wat betreft de melodie.

Aan het einde van de refreinen zien we vier dieren die niet willekeurig gekozen zijn: de slang, de haan, het lam en de duif. Deze dieren staan symbool voor grote gebeurtenissen in het oude en nieuwe testament.
De slang is de concretisering van het kwaad; de haan is (helemaal vooraan; de geschiedenis van Petrus) de waarschuwing en de bode van de dag. Het Lam is het beeld van Christus’ offergang en overwinning (gedwee en tam). Tenslotte de duif als teken van Gods Geest, die ‘in den beginne’ over de wateren zweefde.

Het is de bedoeling dat de dierennamen – in het refrein – ‘parlando’ worden gezongen: sprekenderwijs. De componist heeft hier bij het maken van de melodie rekening mee gehouden, waardoor dit prima mogelijk is.
Helaas is er op internet geen uitvoering te vinden van dit lied, waardoor we niet alvast kunnen luisteren hoe dit ‘sprekenderwijs zingen’ uitgevoerd moet worden. Wel kunt u hieronder alvast de melodie beluisteren.

Lied 163a

terug