Lied van de maand Lied van de maand

De zondagen na Pasen zingen we het lied ‘O Heer, blijf toch niet vragen’ (lied 649). Hoewel hij niet bij naam genoemd wordt, gaat dit lied over Petrus.

In het lied herkennen we de geschiedenis uit Johannes 21 (vers 15-21), waarin Jezus aan Petrus vraagt of Petrus Hem lief heeft. Het lied is geen letterlijke berijming van de Bijbeltekst uit Johannes; de geschiedenis wordt meditatief aan ons verteld.
Opvallend aan het lied is dat het in de ik-vorm wordt gezongen. Gaat het wel om Petrus; worden wij niet zelf aangesproken…?

Opvallend aan het lied is dat de eerste en de laatste regel van ieder couplet hetzelfde zijn. Door deze herhaling ontstaat er een zekere innigheid.
Het ‘hoogtepunt’ van het lied vinden we in het 7e couplet: ‘Het Offerlam regeert’.
Volgens de dichter is een zekere ingetogenheid op haar plaats bij het zingen van en nadenken over dit lied.

Tekstueel zijn de eerste en laatste regel van ieder couplet gelijk. De componist van de melodie heeft dit ook terug laten komen; ritmisch (en ook deels qua melodie) zijn deze regels hetzelfde, om de terugkerende vraag te symboliseren.
Het hoogste punt in de melodie vinden we in de 4e regel; dat is ook de regel waar we het tekstuele ‘hoogtepunt’ vinden: Het Offerlam.

Het lied dient in een rustig tempo gezongen te worden. Let ook op de tweede noot in de 1e, 3e en 5e regel. Deze duurt langer dan je zou verwachten.

Hier kunt u het lied alvast beluisteren:

https://www.liedboekcompendium.nl/files/uploads/audio/501-750/649 WoZ 123591.mp3

terug